Banner
Volg ons:
Pure Energie: de groenste stroomleverancier van Nederland
Pure Energie: de groenste stroomleverancier van Nederland
x

Energeia: Verhagen in de bres voor grote windparken

21-06-2012
DEN HAAG (Energeia) - Minister Maxime Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (CDA) laat zich op het gebied van windenergie nauwelijks afremmen. De roep om een moratorium op windmolens op land in afwachting van de rijksstructuurvisie legde hij in een debat met de Tweede Kamer dinsdagavond dan ook naast zich neer. De enige toezegging die Verhagen de Kamer wilde doen was om bij grote windprojecten buiten de bestaande provinciale zoekgebieden "geen onomkeerbare stappen te nemen" tot die structuurvisie is geland.

Er moet in Nederland in 2020 een goede 6.000 MW aan windvermogen op het land staan opgesteld. Lukt dat niet, redeneerde Verhagen dinsdag, dan haalt Nederland zijn klimaatdoel van 14% duurzame energie in 2020 niet. Windenergie moet namelijk 4 procentpunt van dat aandeel uitmaken, en om dat doel te halen moeten al alle zeilen bijgezet worden. Met provincies zijn tot nu toe afspraken gemaakt die ruimte bieden voor 5.000 MW op land. Voor 1.000 MW moet dus nog ruimte worden gezocht. Als dat is gelukt kan de rijksstructuurvisie eindelijk worden opgesteld -deze werd onder Balkenende al aangekondigd. Haast is geboden: elke vorm van vertraging kan het klimaatdoel van 14% duurzame energie in 2020 in gevaar brengen, aldus een duidelijke minister Verhagen dinsdag.

De duidelijkheid van Verhagen kwam in reactie op zorgen uit de Kamer over de werking van de rijkscoördinatieregeling. Windenergieprojecten groter dan 100 MW vallen onder deze regeling, die het vergunningenproces moet stroomlijnen en bespoedigen. Grofweg komt het erop neer dat het rijk bij deze projecten het voortouw neemt in plaats van lagere overheden zoals provincies. In het uiterste geval kan de rijksoverheid zijn doorzettingsmacht opwerpen, waarmee provincies (of gemeenten) feitelijk buitenspel worden gezet.

De Kamer -tijdens de invoering groot voorstander van de maatregel- maakte zich zorgen over de uitwerking van deze regeling in de praktijk. Het lijkt erop dat veel kleinere windparkontwikkelaars "clusteren" om zo boven de ondergrens van 100 MW te komen en dus te kwalificeren voor de rijkscoördinatieregeling. Het "bevoegde gezag" (provincies en gemeenten) voelt zich gepasseerd, en bewoners voelen zich door het afstandelijke rijk voor voldongen feiten geplaatst, zo klaagde met name de PVDA. "Het draagvlak kalft af." Daarom riep de sociaaldemocraat Sjoera Dikkers op tot een moratorium op wind-op-land totdat die rijksstructuurvisie er is, waarin glashelder wordt gemaakt waar wel ruimte is voor onshore windstroomproductie en waar niet.

Omdat Nederland zich de vertraging door een moratorium van minimaal een half jaar -later maakte Verhagen kenbaar dat de definitieve structuurvisie zelfs pas over een jaar zal zijn vastgesteld- helemaal niet kan permitteren, bedankte Verhagen vriendelijk voor het voorstel van Dikkers. Bovendien vond hij de voorstelling van zaken bezijden de waarheid. Volgens hem wordt het beeld opgeroepen dat wanneer een project onder de rijkscoördinatieregeling valt, alles ineens mogelijk is en lachend door het rijk wordt doorgedrukt. "Mijn ambtenaren rijden niet met bulldozers het land in om de mensen de stuipen op het lijf te jagen", stelde de bewindsman enigszins gechargeerd.

Maar, vervolgde Verhagen dan weer op geruststellende toon, de zorgen over het clusteren -door SP'er Paulus Jansen weggezet als "oneigenlijk gebruik" van de rijkscoördinatieregeling- worden wel serieus genomen. "Bundelen om het bundelen sta ik niet toe." Daarom controleert zijn ministerie of de windparken "geografisch, technisch, organisatorisch en praktisch één geheel vormen". Volgens Verhagen is een aanvraag uit Heerlen afgewezen op die grond. Om "dit soort trucjes" te voorkomen en de Kamer tegemoet te treden zal Verhagen onderzoeken of deze controle moet worden "aangescherpt".

En Verhagen kwam de bezorgde Kamer nog verder tegemoet. Hij deelde de windprojecten op in projecten die binnen de huidige provinciale zoekgebieden vallen, en projecten daarbuiten. Momenteel zijn bij het rijk zeventien windprojecten groter dan 100 MW bekend. Tien vallen binnen de huidige zoekgebieden voor wind op land (gebieden dus waarvan de provincie zegt dat er ruimte is voor windturbines), zeven erbuiten. Dinsdagavond stelde Verhagen dat alle projecten binnen de zoekgebieden onveranderd het vergunningentraject blijven doorlopen. Maar voor projectaanvragen die buiten de nu gedefinieerde zoekgebieden vallen, zegde Verhagen toe "geen onomkeerbare stappen" te zullen nemen. Dat betekent dus niet dat de projecten "on hold" gaan, een term die dinsdag in de Kamer gebezigd werd. De projecten lopen gewoon door, maar krijgen alleen geen definitieve vergunning totdat de rijksstructuurvisie duidelijkheid geeft over de uitbreiding van de zoekgebieden om tot 6.000 MW wind op land te komen. Het gaat hierbij om vijf projecten in Groningen en twee in Friesland.

En dan is er nog de provincie Drenthe. Tegenover Energeia gaf gedeputeerde Tanja Klip (VVD) toe "iets te ruime" zoekgebieden te hebben gedefinieerd. Dat heeft ertoe geleid dat er initiatieven bestaan in de Drentse veenkoloniën die optellen tot zo'n 600 MW aan windvermogen, waar de provincie achteraf eigenlijk maar ruimte ziet voor maximaal 280 MW. En dat leidt tot een impasse, stelde Klip: de initiatiefnemers hebben de wet aan hun kant, maar iedereen kan "met zijn boerenverstand" beredeneren dat die 600 MW daar niet gaan komen, aldus de VVD-gedeputeerde. "Hoe ga je daar uit komen?" Dat is na dinsdagavond nog steeds onduidelijk, maar als pleister op de wond beloofde Verhagen dat in Drenthe ook binnen de zoekgebieden geen onomkeerbare stappen zullen worden genomen. Er wordt wel een milieueffectrapportage (Mer) opgesteld, maar Verhagen zei dinsdag, zijn blik gericht op gedeputeerde Klip op de publieke tribune, dat hij zal zorgen dat in die Mer ook alle door de provincie gewenste varianten worden meegenomen.

Het is onontkomelijk dat sommige initiatiefnemers straks teleurgesteld worden, snapte ook Verhagen. Terwijl die ondernemers alle nu geldende regels keurig hebben gevolgd, kan het zijn dat hun project straks toch vergunningloos blijft. Schadeclaims worden door Verhagen niet uitgesloten. Dat uit onderzoek van de provincies zou blijken dat er geen grond is voor claims lachte Verhagen een beetje weg: zijn juristen denken daar iets anders over.

Nwea: opgelucht en ontevreden
"Het positieve is dat het idee van een moratorium van tafel is", reageert de directeur van de Nederlandse Wind Energie Associatie Nwea Ton Hirdes. Maar dat wil niet zeggen dat hij blij is met de politieke ontwikkelingen rond windenergie. Hoewel de consequenties volgens Hirdes nog niet helemaal duidelijk zijn, is het besluit van minister Maxime Verhagen (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) om geen onomkeerbare stappen te nemen voor windprojecten buiten de huidige provinciale zoekgebieden geen reden voor feest.

Net als Verhagen vindt Hirdes de commotie rond de rijkscoördinatieregeling misplaatst. In de samenleving bestaat de indruk dat de rijkscoördinatieregeling vooral moet worden gezien als een rijksdoordrukkingsmachine. "Er is nog geen enkel project onder de rijkscoördinatieregeling waar voorbij is gegaan aan de lokale wensen." Volgens Hirdes eindigt de procedure overal met instemming van het lokale bestuur. Confrontatie met het voorbeeld van de gasopslag Bergermeer, waar de rijksoverheid wél gebruik maakte van de doorzettingsmacht, leidt bij Hirdes tot enige nuance: nog geen windproject is doorgedrukt.

Opmerkelijk genoeg staan Hirdes en Tweede Kamerlid voor de PVDA Sjoera Dikkers naast elkaar in hun zorgen over het draagvlak voor windenergie in de samenleving. Maar waar Dikkers pleit voor een moratorium om in betrekkelijke rust de rijksstructuurvisie af te wachten zodat duidelijk is waar wel en waar geen ruimte is voor windenergie in Nederland, stelt Hirdes onomwonden dat er maar flink haast gemaakt moet worden met die structuurvisie om op die manier het afkalvende draagvlak een halt toe te roepen.

Hirdes verwijt de provincies dat ze een vertragingstactiek toepassen in een poging de regie over de ruimtelijke ordening in eigen hand te houden. Maar nu is het volgens de Nwea-directeur tijd geworden voor de twaalf landsdelen om te leveren. Zo snel mogelijk moet duidelijk worden waar ruimte is voor 6.000 MW. "En het moet wel een haalbare 6.000 MW zijn", aldus Hirdes, waarmee hij bedoelt dat de aangewezen zoekgebieden ook wel windrijke gebieden moeten zijn waar marktpartijen brood zien in windhandel.

Wouter Hylkema
w.hylkema@energeia.nl

Raedthuys nieuws