Wilt u meer weten over bio-energie?

Klik hier
Banner

Bezig met laden...

1
Newcom: Opinieonderzoek Windenergie Drenthe kwalitatief goed uitgevoerd Drucken E-Mail

De conclusies van het opinieonderzoek Windenergie Drenthe uit 2008 blijven overeind zo stelt Newcom Research in haar perscommuniqué. Het onderzoek wees destijds het volgende uit:

Inwoners van Drenthe zijn in ruime meerderheid (84 procent) positief over windenergie. De meeste Drentenaren (88 procent) vinden dat het gebruik van windenergie in Nederland gestimuleerd moet worden. Van de Drentse bevolking is 66 procent (zeer) positief over de komst van windmolens naar de provincie. Negen procent is negatief over de komst van windmolens naar de provincie en slechts vier procent is zeer negatief. Een meerderheid (64 procent) staat er (zeer) positief tegenover dat windmolens in hun eigen gemeente geplaatst worden.

Hieronder kunt u het volledige perscommuniqué van Newcom Research lezen. 

Amsterdam, 9 mei 2012
Perscommuniqué


Geschillencommissie Marktonderzoek velt oordeel in klachtprocedure

Opinieonderzoek Windenergie Drenthe in 2008 kwalitatief goed uitgevoerd

Een in 2008 uitgevoerd opinieonderzoek naar de mening over windenergie onder inwoners van de provincie Drenthe, is op een goede manier uitgevoerd. Het voldoet aan de kwaliteitseisen die aan een dergelijk onderzoek worden gesteld. Dat oordeelt de geschillencommissie marktonderzoek van de MarktOnderzoekAssociatie, de MOA. Deze uitspraak is begin mei 2012 gedaan naar aanleiding van een klacht die was ingediend door het Platform Storm, de actiegroep die zich verzet tegen de komst van windturbines in het Drents veenkoloniaal gebied.

Platform Storm noemde het onderzoek ‘een aanfluiting’, betichtte de opdrachtgevers van ‘inmenging in de onderzoeksresultaten’ en stelde dat ‘de onafhankelijkheid van het opinieonderzoek in het gedrang was’. De geschillencommissie stelt in haar oordeel dat er geen aanwijzingen zijn dat onderzoeksbureau Newcom de onderzoeksgegevens onjuist heeft gehanteerd. Opdrachtgever voor het onderzoek was destijds Raedthuys Windenergie.

Wel zegt de geschillencommissie dat in de samenvatting de alinea ‘geschikte locaties’ voor verbetering vatbaar is. Hierin had niet de conclusie mogen staan dat ‘het onderzoek uitwijst dat bijna driekwart van de Drentse bevolking de mening deelt dat het plaatsen van windmolens in open veengebied, agrarische gebieden of weilanden gepast is’. Deze resultaten hadden afzonderlijk gerapporteerd moeten worden. Uit het onderzoek in 2008 bleek dat van de Drentse bevolking 39 procent het open veengebied een eventueel passende locatie voor windmolens vindt (52 procent niet). Voor agrarische gebieden is 58 procent van mening dat dit eventueel passend is voor een locatie en voor weilanden was destijds een kleine meerderheid van 52 procent van mening dat deze eventueel passend is. Deze resultaten staan in hetzelfde rapport.

De conclusies van het onderzoek uit 2008 blijven overeind. Het onderzoek  wees het volgende uit: Inwoners van Drenthe zijn in ruime meerderheid (84 procent) positief over windenergie. De meeste Drentenaren (88 procent) vinden dan ook dat het gebruik van windenergie in Nederland gestimuleerd moet worden. Van de Drentse bevolking is 66 procent (zeer) positief over de komst van windmolens naar de provincie. Negen procent is negatief over de komst van windmolens naar de provincie en slechts vier procent is zeer negatief. Een meerderheid (64 procent) staat er (zeer) positief tegenover dat windmolens in hun eigen gemeente geplaatst worden.

Op basis van deze beide conclusies - een kwalitatief goed onderzoek, maar een op één punt onjuiste samenvatting - heeft de geschillencommissie de beide betrokken partijen opgedragen ieder de helft van de kosten van de klachtprocedure te betalen.

 
Energeia: wind moet Heineken helpen groenste brouwerij van Europa te worden Drucken E-Mail

Heineken mag vier windmolens neerzetten bij de brouwerij in Zoeterwoude. De provincie Zuid-Holland heeft vorige week ingestemd met dit plan van de bierbrouwer. Het bedrijf wil met de molens 30% van het energieverbuik van de brouwerij "vergroenen". Maar de molens moeten Heineken ook helpen de "groenste" bierbrouwerij van Europa te worden.

Heineken hoopt de vier 3 MW turbines "medio 2014" in bedrijf te kunnen stellen. "Daarvoor moeten we wel nog een mer-procedure doorlopen", legt directeur Godfried Meijer van de Zoeterwoude-brouwerij uit aan Energeia. Hij schat in dat hiermee "meerdere maanden" gemoeid zullen zijn. Heineken-woordvoerder Hans-Sjouke Koopal vult aan dat er op 4 juni een inspraakavond is voor omwonenden: "De turbines komen voor de brouwerij te staan, dus buiten de bebouwde kom langs de N11 van Leiden naar Bodegraven. Maar vanuit Zoeterwoude zullen de molens wel te zien zijn."

Het plan voor de vier turbines past ook in het streven van Heineken om tegen 2020 de groenste brouwerij van Europa te zijn. De brouwer is daarmee niet de enige in de sector die dit soort ambities heeft. Zo kondigde concurrent Bavaria onlangs aan over acht jaar de duurzaamste brouwerij van Nederland te zullen zijn. Volgens Meijer slaken Heineken en ook concurrenten geen loze kreten alleen maar omwille van een groen imago: "Iedereen in de voedingssector is er mee bezig, kijk ook maar naar Unilever. Het vergroenen van je bedrijfsprocessen levert gewoon geld op. Het is een voorwaarde om in deze steeds meer sustainable wereld als bedrijf te overleven."

Volgens Meijer is Heineken met nog "een heleboel duurzame projecten" bezig, maar die wil hij nog niet noemen omdat ze "nog niet concreet genoeg" zijn. Wel vertelt hij dat het bedrijf ook naar groen gas kijkt, door middel van deelname in een project voor mestvergisitng bij een boer in de buurt van de Zoeterwoude-brouwerij. Volgens woordvoerder Koopal gaat het om een klein project dat daarna "eventueel kan worden uitgerold" bij andere boeren.

De Heineken-brouwerij in Den Bosch draait qua elektriciteitsvoorziening volgens Koopal al voor 8% op windenergie, geleverd door een 2,3 MW turbine van Raedthuys Windenergie die daar in 2011 in gebruik werd genomen. Hij laat doorschemeren dat er daar mogelijk ook nog turbines bijkomen, "maar dat is niet zo concreet als in Zoeterwoude". Andere windmolenplannen heeft het bedrijf volgens Koopal voorlopig niet. Er is weleens gesuggereerd dat het bedrijf wilde investeren in het windpark Noordoostpolder bij Urk, maar die berichten berusten volgens Meijer op een "misverstand".

 
Energeia: Pensioenfondsen moeten beleggen in windmolens en zonnepanelen Drucken E-Mail

Ruim de helft van de Nederlanders wil dat hun pensioengeld deels wordt belegd in windmolens en zonnepanelen. Dat blijkt uit een enquête die Natuur en Milieu heeft laten uitvoeren. De milieuorganisatie liet ook uitzoeken hoeveel Nederlandse pensioenfondsen in duurzame energie investeren. Dat onderzoek wijst uit dat die fondsen nu gemiddeld nog geen 0,5% van hun vermogen rechtstreeks beleggen in duurzame energie. Op basis van een eigen "bronnenonderzoek" stelt Natuur en Milieu ook dat duurzaam beleggen "minstens zo veel rendement oplevert" als traditioneel beleggen.

Natuur en Milieu liet de onderzoeken uitvoeren om te kunnen beoordelen in hoeverre de twintig grootste Nederlandse pensioenfondsen klimaatverandering meewegen in hun beleggingsbeleid "en waar kansen liggen voor verbetering". Negen van die fondsen werkten mee aan het onderzoek. Samen zijn de negen fondsen goed voor 66% van de EUR 747 mrd die alle Nederlandse pensioenfondsen samen eind 2010 wereldwijd hadden belegd.

Onder de grootste fondsen zijn geen "klimaatvriendelijke toppers" te vinden, zo stelt Natuur en Milieu vast op grond van het onderzoek van het economisch onderzoeksbureau Profundo. "De fondsen voeren geen samenhangend klimaatvriendelijk beleggingsbeleid. Sommige pensioenfondsen zijn op een aantal klimaatonderwerpen koploper maar op alle andere klimaatonderwerpen achterblijver", aldus natuur en Milieu. Zo loopt het Bedrijfspensioenfonds voor de Landbouw (BPL) volgens de milieuorganisatie voorop bij investeringen in relatief schone bedrijven, maar investeert ook nog relatief veel in producenten van vervuilende teerzandolie en steenkool en heeft juist weinig rechtstreekse investeringen in duurzame energie.

Ook ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, maakt volgens Natuur en Milieu geen consequente klimaatvriendelijke keuzes: "Het is opvallend dat ABP meer geld belegt in aandelen van producenten van vervuilende teerzandolie en steenkolen dan rechtstreeks in duurzame energie". ABP scoort bovendien "middelmatig" bij aandelenbeleggingen in schone elektriciteitsbedrijven. Koploper op het gebied van rechtstreekse investeringen in duurzame energie is PGB (grafische bedrijven): "Het gaat dan echter nog maar om 1,45% van het belegde vermogen." Koploper op het gebied van private beleggingen in duurzame energie is PfZW (zorgsector). Dit tweede grootste pensioenfonds na het ABP belegt "gemiddeld" in teerzandolie en steenkool.

Uit de enquête van het onderzoeksbureau Motivaction onder 518 Nederlanders tussen de 18 en 65 jaar blijkt dat ruim vier van de vijf Nederlanders vinden dat pensioenfondsen zo veilig mogelijk moeten beleggen en meer oog moeten hebben voor de lange termijn. Opvallend noemt Natuur en Milieu het dat mensen maatschappelijk verantwoord beleggen belangrijker vinden dan een maximaal rendement (70% versus 43%).

Oud-SER-voorzitter Herman Wijffels zwengelt als initiatiefnemer van het Sustainable Finance Lab en als adviseur van PGGM, de vermogensbeheerder van PfZW, de discussie aan over dat grote pensioenfondsen meer geld zouden moeten stoppen in Nederlandse duurzame projecten. Wijffels is ook zijdelings betrokken bij het plan voor een Groene Investeringsmaatschappij (Gim) waaraan het Holland Financial Centre (HFC) nu werkt. Plaatsvervangend directeur Robin Fransman van HFC laat in dit verband aan Energeia weten dat het met de oprichting van de Gim "de goede kant op gaat". Hij heeft er goede hoop op dat deze green investmentbank nog deze maand een feit zal zijn.

 
Onderzoek: goede wind in Veenkoloniën zorgt voor flinke energieopbrengsten Drucken E-Mail

De initiatiefnemers van Windpark De Drentse Monden - waaronder Raedthuys - en Windpark Oostermoer krijgen regelmatig de vraag of er in het veenkoloniale gebied van Drenthe wel voldoende wind is om windmolens verantwoord te laten draaien. De initiatiefnemers hebben dit de afgelopen jaren al door verschillende partijen laten onderzoeken. Het antwoord luidt: ja! In dit artikel gaan wij hier wat dieper op in.

Eén van de eerste vragen die een initiatiefnemer aan zichzelf stelt als hij een idee heeft voor een windpark, is of het windaanbod ter plekke voldoende is voor een rendabele exploitatie. Hoe meer wind, hoe meer energie een windmolen produceert, hoe hoger de omzet van het project. Dat is heel logisch. De omzet van een windmolen (het financiële plaatje) wordt bepaald door: 1) de hoeveelheid energie die de turbine levert; 2) de energieprijzen, dus de prijs van een kilowattuur; en 3) een eventuele aanvulling op de energieprijzen vanuit de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE+).

Als op voorhand uit windberekeningen duidelijk is dat een locatie onvoldoende rendement oplevert, kan de initiatiefnemer veel kosten en moeite besparen door op die locatie geen ontwikkeling te starten. Het ontwikkelen van een windmolenproject is namelijk een zeer kostbare aangelegenheid. Het is een arbeidsintensief traject, kost dus veel tijd en er moet veel externe expertise worden ingehuurd voor verschillende onderzoeken, zoals een Milieu Effectrapportage. De kosten van deze onderzoeken en de andere voorbereidingen lopen al snel in de vele honderdduizenden euro’s. Als vervolgens het project niet gefinancierd kan worden omdat er onvoldoende wind is, kan dat geld niet worden terugverdiend. Windonderzoek is dus één van de allereerste dingen die wordt gedaan wanneer iemand een windpark wil aanleggen..

Windstudie voor opbrengstberekening
De ideeën om windmolens te bouwen in het veenkoloniaal gebied zijn bepaald niet nieuw. In een deel van het Drentse Monden gebied, rondom Nieuw-Buinen, zijn al sinds het jaar 2000 initiatieven voor windparken. De mensen van het eerste uur maken nu onderdeel uit van het grotere initiatief, het project Drentse Monden - Oostermoer. Sinds het jaar 2000 zijn door diverse externe bureau’s verschillende studies verricht naar het windaanbod in het gebied. Op basis daarvan zijn zogenoemde energie-opbrengstberekeningen uitgevoerd voor gangbare typen windmolens, zeg maar enkele standaard modellen. De uitkomsten van deze studies zijn vrij eenduidig: op 100 m hoogte is de gemiddelde windsnelheid vastgesteld op 7,1 meter per seconde (m/s), op 135 m hoogte is dat 7,8 m/s. Dat is een prima windkracht om windmolens op te laten draaien. Het klopt inderdaad dat het aan de kust harder waait, maar voor een binnenlandlocatie zijn dit uitstekende waarden. Vergelijkbaar met het windaanbod in grote delen van Flevoland waar al sinds jaar en dag windmolens elektriciteit opwekken. Dat het zo waait in het veenkoloniaal gebied komt door het grootschalig open landschap, met weinig hoge begroeiing of verstedelijking. De wind heeft er in feite vrij spel.

De manier waarop een windstudie wordt verricht is heel eenvoudig. De studie is gebaseerd op een aantal gegevens: 1) de langjarige metingen van meerdere weerstations in de regio; 2) op – indien aanwezig -  de opbrengsten van bestaande windturbines in de regio; 3) en op een uitgebreide modellering van de locatie en het landschap daarom heen. Deze data worden verwerkt in specialistische software die de windprofielen berekent op verschillende hoogtes. In technische zin: als je zo’n windprofiel op ashoogte van een bepaald type windturbine – bijvoorbeeld 100 meter - combineert met de vermogensspecificatie van die windturbine (de zgn. PV curve) kom je uit op een jaarlijkse energieopbrengst.

Windmeetmast
Voor de meeste projecten die in Nederland worden gerealiseerd is deze wijze van berekenen voldoende nauwkeurig voor investeerders en banken om vast te stellen of het financieel verantwoord is om hun geld in de projecten te beleggen. De initiatiefnemers van De Drentse Monden en Oostermoer willen het windaanbod nog nauwkeuriger bepalen. Ze willen hiervoor in aanvulling op de theoretische studies ook nog praktijkgegevens verzamelen in het gebied. Dit gaan ze doen door een 100 meter hoge windmeetmast te plaatsen en de gegevens hieruit te combineren met een radarmeting. De onnauwkeurigheidsmarges worden hierdoor kleiner en de opbrengsten zijn daardoor nog preciezer vast te stellen. Naar verwachting zal dit bijvoorbeeld ook betere financieringsvoorwaarden opleveren. Het investeren in een kostbare windmeting loont voor projecten van deze omvang dus extra.

Megawatts of megawatturen
In een recente opbrengstberekening hebben de initiatiefnemers een groot aantal gangbare windmolens laten doorrekenen. Een overzicht is weergegeven in tabel 1. Er is daarin duidelijk te zien is dat het windaanbod stijgt met toenemende ashoogtes. Dus hoe hoger de mast van de windmolen, hoe meer wind de molen vangt.

De energieopbrengst van een windmolen wordt vaak uitgedrukt in het aantal vollasturen (vlu). Het aantal vollasturen is een manier om de jaaropbrengst uit te drukken. Het geeft het aantal uren weer waarop de molen zo hard draait, dat hij de maximale elektriciteitsproductie levert. In werkelijkheid produceert een windmolen natuurlijk gedurende veel meer uren in een jaar, maar niet op vol vermogen omdat de windsnelheid dan lager is.

Als je het aantal vollasturen van en bepaald type windmolen deelt door het totaal aantal uren per jaar  (8.760 uren) en dit vermenigvuldigt met het geïnstalleerde vermogen van de betreffende windmolen - bijvoorbeeld 3,05 megawatt, zoals hieronder in het rekenvoorbeeld - dan kom je uit op de gemiddelde deellast die de desbetreffende turbine draait.

Als rekenvoorbeeld nemen we de Enercon E-101, een molen met een ashoogte van 135 meter:

3696 vlu/8760 u * 3050 kW = 1287 kW

Uit het overzicht blijkt dat het aantal vollasturen per turbinetype zeer uiteenloopt (van 2699 tot 4438 vlu). Het aantal vollasturen wordt in hoofdzaak bepaald door de volgende factoren:
• het windaanbod;
• de ashoogte;
• de verhouding geïnstalleerd vermogen/door rotor bestreken oppervlakte;
• en de technische efficiency van de turbine ofwel hoe efficiënt kan de windmolen de wind omzetten in elektriciteit.

tabel_vollasturen

Het belangrijkste: de energieopbrengst
Als het om windenergie gaat wordt er veel gesproken over het aantal megawatt (MW). Ook doelstellingen van overheden worden vaak hierin uitgedrukt. Het voorgaande toont aan dat het aantal megawatts slechts een globale indicator zijn voor de daadwerkelijke prestatie van een windpark. Vele malen belangrijker is de energieopbrengst, de megawatturen die worden geproduceerd.

De hoeveelheid elektriciteit die een windmolen opwekt wordt veel meer bepaald door de afmeting van de rotor (wieken), dan door de generator die daar achter zit. Immers, de oppervlakte van de door de rotor bestreken cirkel is een directe maat voor de hoeveelheid wind die kan worden opgevangen en in energie kan worden omgezet. Ofwel hoe groter en langer de wieken, hoe meer wind wordt opgevangen en omgezet in elektriciteit.

Het doel van de initiatiefnemers van De Drentse Monden en Oostermoer is om met behulp van gedegen onderzoek een goede balans te vinden tussen energieopbrengst, inpassing van de windmolens in de omgeving en een rendabele exploitatie. Dat onderzoek vindt nu plaats in de vorm van een milieu-effectrapportage (MER). Het aantal megawatts dat uiteindelijk wordt gebouwd – er wordt door de gezamenlijke initiatiefnemers uitgegaan van een totaal met een bovengrens ergens tussen de 450 en de 600MW - is daarom voor het eindresultaat wat minder relevant en een afgeleide van dat onderzoek. Veel interessanter is het aantal windturbines dat nodig is om de gewenste energieproductie - de megawatturen – te realiseren.

 
NWEA: Aanpassing radar goed voor windenergie Drucken E-Mail

In tegenstelling tot de berichtgeving in Trouw van vandaag (16 april 2012), krijgen ontwikkelaars van windparken niet vaker last met het ministerie van Defensie vanwege de radar. De aanpassingen aan de radar zijn gunstig voor windenergie, hoge gebouwen en de nationale veiligheid. Wel zullen windparken vaker getoetst gaan worden dan in het verleden.

Het Rijk streeft naar 6.000 MW opgesteld vermogen windenergie in 2020. Nu staat er ongeveer 2.050 MW op land. Om de groei ruimtelijk mogelijk te maken, wordt al een tijd door het ministerie van I&M gekeken naar geschikte gebieden voor grootschalige windenergie. Buiten die gebieden voor projecten van minstens 100 MW, zijn er ook nog vele kleinere locaties in Nederland waar initiatieven lopen voor windmolens.

Aangezien de defensieradar een mogelijke belemmering kan zijn voor het plaatsen van windturbines, is door Defensie gekeken naar mogelijkheden om de ruimte voor wind te vergroten. NWEA is daarover ook met Defensie en I&M afgelopen jaren meermalen in gesprek geweest.

Windturbines kunnen een verstoring op het radarbeeld veroorzaken; vanwege die reden gold altijd al de noodzaak van een toets binnen 28 km van een defensieradar en waren er projecten die dienden te worden aangepast of vertraagd raakten vanwege de radar.

Defensie gaat nu een aantal aanpassingen doorvoeren aan het radarsysteem en de wijze van toetsen. Daardoor wordt het gebied waar windturbines geplaatst kunnen worden, groter. Dat betekent overigens niet – net als in het verleden - dat elke locatie geschikt is. Maar de aanpassingen leiden dus feitelijk tot een versoepeling voor het plaatsen van windturbines.

Wel zal door de veranderde werkwijze vaker een toets plaatsvinden, tot op 75 km van een defensie-radar. De totale hoeveelheid ruimte en projecten die door kunnen gaan, zullen echter groter zijn.

De windenergiesector is op zich niet gelukkig met het gegeven dat vaker een toetsing plaats moet vinden in verband met de daarmee gemoeide kosten en tijd, terwijl veelal op voorhand duidelijk zal zijn dat plaatsing mogelijk is. De sector zal er bij Defensie op aandringen de mate van toetsen te beperken. De sector staat wel achter het streven van Defensie en I&M en de gekozen uitgangspunten om het totale potentiële gebied voor windturbines te vergroten.

De aanpassingen aan de radar zijn ook goed voor de ontwikkeling van hoge gebouwen in Nederland (ook zij kregen de laatste jaren steeds vaker met de radar van Defensie te maken) en de veiligheid in het luchtruim in het algemeen, omdat radars in de nieuwe opzet door de combinatie van gegevens een groter deel van Nederland kunnen bewaken en het luchtverkeer daarin kunnen begeleiden.

 
«Start Zurück 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Weiter Ende »

JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL
Loading...

Last 3 tweets from raedthuysgroep:

Lidmaatschappen

  • http://www.vbdo.nl
  • http://www.nwea.nl
  • http://www.mvonederland.nl/
  • http://www.platformbioenergie.nl

ADVISEURS

  • http://www.loyensloeff.com
  • http://www.akd.nl
  • http://www.kpmg.nl
  • http://www.kienhuishoving.nl
 
Trefwoorden www.raedthuys.nl | Bio-energie - Biomassa - Duurzame Energie - Groencertificaten - Groene energie - Raedthuys - Schone energie - Wat is windenergie - Windenergie
Windenergie in Nederland - Windmolen - Windmolens - Windturbine - Windturbines