|
UTRECHT (Energeia) - De Nederlandse Windenergie Assocatie (Nwea) is flink ontstemd over het uitstel van differentiatie voor wind-op-landsubsidies. Windinitiatiefnemers zijn in de huidige SDE+-regeling benadeeld omdat zij in hun berekening van de stroomkostprijs moeten werken met een begrenzing van het aantal uur dat een windturbine op volle kracht draait. Daardoor is er sprake is van een ongelijk speelveld voor windontwikkelaars in de verdeling van de SDE+-pot, stelt de Nwea.
Vorige week kwam het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) naar buiten met de spelregels voor het SDE+-subsidiegeld dat in 2012 beschikbaar komt. Daarbij maakte EL&I-minister Maxime Verhagen bekend dat er in deze SDE+-ronde nog geen differentiatie toegepast wordt voor wind op land, wat wil zeggen dat windparken op windarmere locaties meer overheidssteun kunnen krijgen dan windparken op windrijkere locaties. Verhagen zegt nog minstens een jaar langer nodig te hebben om uit te zoeken hoe zo'n stelsel met differentiatie in elkaar steekt.
De belangenbehartiger van windorganisaties- en bedrijven Nwea is daar erg teleurgesteld over. Differentiatie zou namelijk een belangrijk nadeel in het huidige stelsel van subsidietoekenning opheffen, licht Nwea-voorzitter Ton Hirdes de grieven toe. Een windbouwer die een berekening moet inleveren van de kosten en opbrengsten die hij met zijn windpark denkt te maken (en daarmee van de subsidie die hij denkt nodig te hebben) moet werken met een maximum aantal vollast-uren. Dat zijn de uren dat zijn turbines op vol vermogen produceren -een aantal dat in de werkelijkheid fluctueert door wisselende snelheden. Dat maximum -de cap- is vastgesteld op 2.200 vollast-uren.
"Maar er zijn locaties, met name aan de kust, die in werkelijkheid op een hoger aantal vollast-uren kunnen uitkomen", aldus Hirdes. Turbine-eigenaren op zo'n locatie kunnen dus vaker het maximaal aantal kilowatturen met hun turbines produceren, wat de gemiddelde kWh-prijs lager maakt dan wanneer ze moeten uitgaan van een maximum aantal vollast-uren. Door de cap blijft de gemiddelde kWh-prijs voor sommige windparken aan de hoge kant.
En dat is nadelig in het huidige SDE+-systeem waarbij de projecten met de laagste kWh-prijs als eerste een greep in de beschikbare zak met geld mogen doen. Daar heeft het ministerie voor gekozen om alle technieken met elkaar te laten concurreren en voor zo weinig mogelijk geld zo veel mogelijk groene energie te produceren. Voor de ronde van 2012 is de eerste fase opengesteld voor projecten met een kWh-prijs tot 7 cent, de tweede fase is voor projecten met een kWh-prijs van 9 cent. Zeker in die tweede fase zouden wind-op-landparken zonder cap nog een redelijke kans op geld maken, denkt Hirdes. "Dan zijn er nog aardig wat locaties die aan een kostprijs van 8,5 cent per kWh kunnen komen."
Met de huidige regeling, inclusief cap en exclusief differentiatie, blijft het volgens de NWEA-voorzitter maar voor "incidentele gevallen" haalbaar om aan subsidie te komen voor een wind-op-land-project. "Je kunt meedingen in de vrije categorie, maar om dan een kans te maken moet je óf op een extreem goede windlocatie zitten zodat je heel veel stroom produceert of over eigen grond beschikken, zodat je daar geen onkosten aan hebt die de kostprijs hoog maken." En met zulk beleid "bereik je geen aantallen van honderden megawatten zoals de bedoeling was".
"Door een vreemd element uit de oude SDE-regeling te handhaven, creëer je een ongelijk speelveld", vervolgt de voorzitter. "Wind zit als enige categorie met een vreemde begrenzing." In de oude SDE-regeling was die cap minder bezwaarlijk omdat wind op land toch een 'eigen' zak geld had staan waar aanspraak op kon worden gemaakt, aldus Hirdes, maar dat is nu dus niet meer het geval.
Nwea voelt zich ook gepiepeld door het uitstel van de differentiatie. De organisatie zegt zich welwillend te hebben opgesteld in overleg met het ministerie van EL&I en ECN en Kema over het opnieuw vormgeven van de SDE-regeling -dus met gefaseerde inschrijving voor goedkope productiemethode- op voorwaarde dat differentiatie ook per 2012 onderdeel zou uitmaken van de spelregels. De organisatie beraamt zich nu op een brief richting Den Haag die de minister en de Tweede Kamer moet overtuigen van snelle invoering van die differentiatie. Eerder dit jaar presenteerde de Nwea al een voorstel voor prijsdifferentiatie. |