Wilt u meer weten over bio-energie?

Klik hier
Banner

Bezig met laden...

1
Nederlanders schatten aandeel groene energie te hoog Drucken E-Mail

Nederlanders hebben een te rooskleurig beeld van het landelijk energieverbruik. Zo wordt het aandeel van groene energie veel te hoog ingeschat. Het belang van de grootste Nederlandse energiebron, aardgas, is daarentegen het dubbele van wat men denkt. Dat blijkt uit een onderzoek in opdracht van GasTerra onder ruim 1.000 burgers, 500 scholieren en 500 studenten.

Nederlanders ramen het percentage windenergie op 12 procent, zonne-energie op 10 procent en waterkracht op 6 procent. De werkelijkheid is dat deze drie energievormen samen met kernenergie minder dan 1 procent van onze energie produceren. Het aandeel biomassa/biogas wordt maar iets te hoog ingeschat, 6 procent tegen 4 procent in werkelijkheid.

Er is dus werk aan de winkel als het gaat om de realisatie van nieuwe duurzame energiebronnen. Windparkinitiatieven als in de Drentse Veenkoloniën - met grootschalige productie van duurzame energie - leveren dan ook een zeer belangrijke bijdrage.

Bron: http://www.cobouw.nl/nieuws/w-installatie/2011/11/01/aandeel-aardgas

 
Kosten windenergie in 2016 gelijk aan fossiele energie Drucken E-Mail

Volgens Bloomberg zullen de kosten van windenergie in 2016 hetzelfde zijn als de kosten van energie uit fossiele brandstoffen. Sinds 1984 is de prijs voor windenergie met 14 procent per jaar gedaald. Deze trend zal zich de komende jaren voortzetten, blijkt uit analyse van Bloomberg New Energy Finance (BNEF).
Een belangrijke factor van de prijsdaling is schaalvergroting, dat ervoor zorgt dat de kosten voor productie, onderhoud en andere operationele kosten steeds lager worden. Ook hebben technische verbeteringen en het groter en hoger worden van de turbines er voor gezorgd dat het opwekkingsrendement met 35 procent is toegenomen.

Door deze ontwikkelingen is de prijs van windenergie van €200 per megawattuur afgenomen naar €52 per megawattuur. Daarmee is windenergie nu nog maar zes euro per megawattuur duurder dan een traditionele gasturbine.

BNEF stelt dat wanneer de indirecte kosten voor CO2-uitstoot bij de fossiele energie zouden worden berekend, de kosten zelfs gelijk zijn.

In het onderzoek staat dat in de komende vijf jaar de prijs van windmolens met 12 procent zal blijven dalen. Hierbij gaan ze ervan uit dat de prijs van fossiele brandstoffen niet zal stijgen, terwijl dat wel de verwachting is. Ook beweren ze dat de beste windparken ter wereld nu al energie produceren die zonder subsidie een gelijke prijs heeft als energie afkomstig van kolen, gas en kernreactors.

“In de komende jaren zal de wereld wakker worden en zien dat wind goedkoper is dan gas,” aldus analist Justin Wu van BNEF.

 
Samenwerking Windpark De Drentse Monden en Windpark Oostermoer Drucken E-Mail

De initiatiefnemers van Windpark Oostermoer en Windpark De Drentse Monden, zo’n 150  agrariërs, gaan op een aantal terreinen samenwerken. Hierbij gaat het in eerste instantie vooral om het gezamenlijk doorlopen van een aantal procedures om realisatie van beide projecten mogelijk te maken en om te komen tot een goede ruimtelijke inpassing van de plannen in het gebied. De samenwerking komt voort uit het feit dat beide initiatieven aan elkaar grenzen en dat sinds deze week de zogenaamde rijkscoördinatieregeling ook van toepassing is verklaard op Windpark Oostermoer. Voor Windpark De Drentse Monden was deze regeling al van kracht.

Windpark Oostermoer is een samenvoeging van de Verenigingen Windpark Greveling en Windpark Boerveen. De initiatiefnemers van Windpark De Drentse Monden en Oostermoer  willen nieuwe inkomsten realiseren voor hun agrarische bedrijven en geven tegelijkertijd invulling aan de wens van de politiek om het aandeel windenergie op land in de Nederlandse energieproductie te vergroten. Met de opbrengsten uit hun deelname in het windpark kunnen de boeren zich beter staande houden in een agrarische wereldmarkt met toenemende (internationale) concurrentie.

Harbert ten Have, woordvoerder namens De Drentse Monden: “Windenergie biedt de provincie Drenthe en haar inwoners en ondernemers goede kansen. Allereerst is het perspectief dat alle huishoudens van duurzame energie uit de eigen regio kunnen worden voorzien een geweldig vooruitzicht. Daarmee worden we als Drenthe - in één keer - één van de koplopers als het gaat om een klimaatbijdrage. Daarnaast kunnen we er met z’n allen van profiteren, want de windmolens brengen een substantiële economische spin-off met zich mee. Gezonde agrarische bedrijven dragen bij aan een gezonde lokale en regionale economie en daarmee aan de werkgelegenheid.”

Hans Mentink, woordvoerder namens Oostermoer vult aan: “Een ambitie van de agrariërs is verder om burgers en collega ondernemers mee te laten doen en bovendien de directe belanghebbenden zoals onze buren mee te laten profiteren van het park.”

De initiatiefnemers van Windpark De Drentse Monden zien mogelijkheden voor een opgesteld vermogen van 300 tot 450 MW op hun grond. De initiatiefnemers van Windpark Oostermoer willen 120 tot 150 MW windmolencapaciteit realiseren. Gezamenlijk zijn de parken goed voor een duurzame energievoorziening van circa 320.000 huishoudens (Drenthe + Groningen). De hele regio draagt daarmee in belangrijke mate bij in de onafhankelijkheid van fossiele brandstoffen en aan het realiseren van een sterke vermindering van de CO2 uitstoot. Het beleid van de rijksoverheid is er op gericht om voor 2020 in totaal 6000 MW aan windenergie op land te realiseren.

Item op RTV Drenthe: klik hier

 
Nwea: cap vollast-uren oneerlijk zonder differentiatie voor wind op land Drucken E-Mail

UTRECHT (Energeia) - De Nederlandse Windenergie Assocatie (Nwea) is flink ontstemd over het uitstel van differentiatie voor wind-op-landsubsidies. Windinitiatiefnemers zijn in de huidige SDE+-regeling benadeeld omdat zij in hun berekening van de stroomkostprijs moeten werken met een begrenzing van het aantal uur dat een windturbine op volle kracht draait. Daardoor is er sprake is van een ongelijk speelveld voor windontwikkelaars in de verdeling van de SDE+-pot, stelt de Nwea.

Vorige week kwam het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) naar buiten met de spelregels voor het SDE+-subsidiegeld dat in 2012 beschikbaar komt. Daarbij maakte EL&I-minister Maxime Verhagen bekend dat er in deze SDE+-ronde nog geen differentiatie toegepast wordt voor wind op land, wat wil zeggen dat windparken op windarmere locaties meer overheidssteun kunnen krijgen dan windparken op windrijkere locaties. Verhagen zegt nog minstens een jaar langer nodig te hebben om uit te zoeken hoe zo'n stelsel met differentiatie in elkaar steekt.

De belangenbehartiger van windorganisaties- en bedrijven Nwea is daar erg teleurgesteld over. Differentiatie zou namelijk een belangrijk nadeel in het huidige stelsel van subsidietoekenning opheffen, licht Nwea-voorzitter Ton Hirdes de grieven toe. Een windbouwer die een berekening moet inleveren van de kosten en opbrengsten die hij met zijn windpark denkt te maken (en daarmee van de subsidie die hij denkt nodig te hebben) moet werken met een maximum aantal vollast-uren. Dat zijn de uren dat zijn turbines op vol vermogen produceren -een aantal dat in de werkelijkheid fluctueert door wisselende snelheden. Dat maximum -de cap- is vastgesteld op 2.200 vollast-uren.

"Maar er zijn locaties, met name aan de kust, die in werkelijkheid op een hoger aantal vollast-uren kunnen uitkomen", aldus Hirdes. Turbine-eigenaren op zo'n locatie kunnen dus vaker het maximaal aantal kilowatturen met hun turbines produceren, wat de gemiddelde kWh-prijs lager maakt dan wanneer ze moeten uitgaan van een maximum aantal vollast-uren. Door de cap blijft de gemiddelde kWh-prijs voor sommige windparken aan de hoge kant.

En dat is nadelig in het huidige SDE+-systeem waarbij de projecten met de laagste kWh-prijs als eerste een greep in de beschikbare zak met geld mogen doen. Daar heeft het ministerie voor gekozen om alle technieken met elkaar te laten concurreren en voor zo weinig mogelijk geld zo veel mogelijk groene energie te produceren. Voor de ronde van 2012 is de eerste fase opengesteld voor projecten met een kWh-prijs tot 7 cent, de tweede fase is voor projecten met een kWh-prijs van 9 cent. Zeker in die tweede fase zouden wind-op-landparken zonder cap nog een redelijke kans op geld maken, denkt Hirdes. "Dan zijn er nog aardig wat locaties die aan een kostprijs van 8,5 cent per kWh kunnen komen."

Met de huidige regeling, inclusief cap en exclusief differentiatie, blijft het volgens de NWEA-voorzitter maar voor "incidentele gevallen" haalbaar om aan subsidie te komen voor een wind-op-land-project. "Je kunt meedingen in de vrije categorie, maar om dan een kans te maken moet je óf op een extreem goede windlocatie zitten zodat je heel veel stroom produceert of over eigen grond beschikken, zodat je daar geen onkosten aan hebt die de kostprijs hoog maken." En met zulk beleid "bereik je geen aantallen van honderden megawatten zoals de bedoeling was".

"Door een vreemd element uit de oude SDE-regeling te handhaven, creëer je een ongelijk speelveld", vervolgt de voorzitter. "Wind zit als enige categorie met een vreemde begrenzing." In de oude SDE-regeling was die cap minder bezwaarlijk omdat wind op land toch een 'eigen' zak geld had staan waar aanspraak op kon worden gemaakt, aldus Hirdes, maar dat is nu dus niet meer het geval.

Nwea voelt zich ook gepiepeld door het uitstel van de differentiatie. De organisatie zegt zich welwillend te hebben opgesteld in overleg met het ministerie van EL&I en ECN en Kema over het opnieuw vormgeven van de SDE-regeling -dus met gefaseerde inschrijving voor goedkope productiemethode- op voorwaarde dat differentiatie ook per 2012 onderdeel zou uitmaken van de spelregels. De organisatie beraamt zich nu op een brief richting Den Haag die de minister en de Tweede Kamer moet overtuigen van snelle invoering van die differentiatie. Eerder dit jaar presenteerde de Nwea al een voorstel voor prijsdifferentiatie.

 
Scherpe prijs jaagt groene energie aan Drucken E-Mail

Volgens het Financieel Dagblad is het kabinet van mening dat de aangepaste stimuleringsregeling voor duurzame energie (SDE+) voldoet aan de doelstelling: voor hetzelfde geld wordt meer hernieuwbare energie opgewekt. Maar de opbrengst per euro moet nog verder omhoog. Voor wie kans wil maken op overheidssteun bij de productie van duurzame energie legt minister Maxime Verhagen (CDA) van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) volgend jaar de lat dan ook nog iets hoger. 

Dit zou blijken uit een brief over de ­resultaten van de SDE+ in 2011 en de openstelling van de regeling in 2012, die Verhagen donderdag naar de Tweede Kamer stuurt. Volgens Verhagen leveren de projecten waarvoor dit jaar € 1,5 mrd subsidie is toegewezen, in 2020 ongeveer acht petajoule energie per jaar op, oftewel hernieuwbare energie voor ruim 600.000 huishoudens. In de oude SDE zou voor dezelfde opbrengst ruim € 2,5 mrd subsidie nodig zijn geweest, aldus de minister.

 
«Start Zurück 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Weiter Ende »

JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL
Loading...

Last 3 tweets from raedthuysgroep:

Lidmaatschappen

  • http://www.wind-energie.de/
  • http://www.mvonederland.nl/
  • http://www.vbdo.nl
  • http://www.nwea.nl

ADVISEURS

  • http://www.loyensloeff.com
  • http://www.kpmg.nl
  • http://www.akd.nl
  • http://www.kienhuishoving.nl
 
Trefwoorden www.raedthuys.nl | Bio-energie - Biomassa - Duurzame Energie - Groencertificaten - Groene energie - Raedthuys - Schone energie - Wat is windenergie - Windenergie
Windenergie in Nederland - Windmolen - Windmolens - Windturbine - Windturbines