| Aantal deals groeit in duurzaam energieland |
|
|
|
There are no translations available. AMSTERDAM (Energeia) - De markt voor duurzame energiebedrijven is het afgelopen jaar weer aangetrokken, meldt accountancybureau KPMG op basis van eigen onderzoek, na het moeizame crisisjaar 2009. In 2010 vonden wereldwijd 446 fusies en overnames plaats, wat een stijging van 70% is ten opzichte van een jaar eerder. Tegelijkertijd kelderde de totale waarde van de deals bij gebrek aan grote klappers naar EUR 17,5 mrd, terwijl die in 2009 nog bijna EUR 30 mrd bedroeg. De ondervraagden, 500 senior executives in de duurzame energiesector van over de hele wereld, verwachten dat ook in 2011 het aantal fusies en overnames onder de USD 500 mln (EUR 342,2 mln) zal toenemen, terwijl het segment daarboven rustig blijft. Toch schatten zij zelf in dat de prijzen zullen stijgen: van drie maal het bedrijfsresultaat naar drie tot vijf maal het bedrijfsresultaat. Het eerste kwartaal van 2011 was in lijn met de uitgesproken verwachting. Er werden al 141 deals gesloten met een totale waarde van EUR 7,7 mrd. De eventuele gevolgen van de kernramp in het Japanse Fukushima is nog niet zichtbaar in deze cijfers, omdat die ramp pas aan het eind van kwartaal plaats vond. Een belangrijke trend is de focus op lokale initiatieven. Aziatische bedrijven hebben een voorkeur voor investeringen in Azië, Europese bedrijven voor Europa en de Verenigde Staten voor investeringen in de VS. Dat kan een probleem zijn voor de "fragiele, schuldbeladen Europese overheden", merkt KPMG op, want zij hoeven er dus niet op te rekenen dat Aziatische investeerders hen uit de brand zullen helpen. Tegelijkertijd lijken juist daar pensioenfondsen, zoals PGGM en twee Deense pensioenfondsen, eerder bereid te zijn in -met name- offshore wind te stappen. Bedrijven die zich bezig houden met opwek uit zonne-energie mogen zich in veel belangstelling verheugen, evenals bedrijven die zich bezig houden met biomassa. Bedrijven die zich specialiseren in golfenergie of energie uit osmose tussen zoet en zout water zijn de minst gewilde overnamekandidaten, maar ook offshore wind- en geothermie-projecten zijn niet populair. Waterkracht- en wind-op-land-projecten vormen de tussencategorie. Die indeling is overigens anders wanneer bijvoorbeeld banken of investeringsfondsen wordt gevraag om mee te doen. Die investeren juist het liefste in wind-op-landprojecten, omdat het een volwassen technologie met een helder verdienmodel is. Zon- en waterkrachtprojecten volgen op de voet, terwijl offshore wind- en biomassabedrijven op beduidend minder enthousiasme kunnen rekenen. Ook hier bungelen geothermie- en innovatieve waterenergieprojecten achteraan. Nutsbedrijven domineren de markt, merkt KPMG op, en zij investeren het liefste in de VS, China, India, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Belangrijk is daarbij de steun van de overheid, aldus de accountants. Landen als Italië en Spanje, die vorig jaar bij de toppers hoorden, zijn weggezakt nu ze korten op hun subsidiemaatregelen. De Spaanse situatie noemen de onderzoekers zelfs een "solar nachtmerrie". De Spaanse overheid zag zich gedwongen door de financiële situatie om met terugwerkende kracht de feed-in-tarieven te korten. Projecten die al subsidie toegekend hadden gekregen en operationeel waren, moesten daardoor ineens een deel van die subsidie teruggeven. Maar, schrijft KPMG bemoedigend, de investeerders snappen dat dit een unieke situatie was en keren Europa of zonne-energie niet gillend de rug toe. Nog niet, waarschuwt het bedrijf dan weer: want Europa is een fragiele markt, grotendeels afhankelijk van diezelfde subsidies voor de groei van duurzame energie.
|