27 februari 2008
Van der Hoeven bespaart minstens een miljard Grote windmolenparken kunnen zonder problemen worden ingepast in de Nederlandse energievoorziening. De bouw van een grootschalig systeem voor energieopslag is daarvoor niet nodig. Dat heeft minister Maria van der Hoeven van Economische Zaken de Tweede Kamer laten weten.
Het ligt volgens haar 'niet voor de hand' om belastinggeld voor duurzame energie te gebruiken voor een grootschalige opslagfaciliteit. Zij baseert zich daarbij op studies van de TU Delft, het energieonderzoekcentrum ECN en hoogspanningsnetbedrijf Tennet. Die hebben systemen onderzocht waarvan de investeringen variëren van euro 900 mln tot euro 2,45 mrd.
Het kabinet wil tot 2020 in Nederland 10.000 MW aan 'windvermogen' realiseren, waarvan 60% via grote windmolenparken op zee. Omdat de stroomopwekking met windmolens sterk kan variëren en niet parallel loopt met de vraag naar elektriciteit, is lange tijd gedacht dat de bouw van grootschalige energieopslag onvermijdelijk zou zijn. De studies blijken Van der Hoeven echter op andere gedachten te hebben gebracht. Als windmolenparken meer energie opwekken dan nodig is, gaat die energie niet verloren maar kan dat overschot elders in Europa worden afgezet. Dat komt volgens de minister omdat het elektriciteitssysteem flexibeler wordt en de verbindingen met de buurlanden toenemen en beter worden benut. 'Als in 2020 de West-Europese markt goed functioneert en de geplande hoogspanningsverbindingen zijn gerealiseerd, kan grootschalig windvermogen worden ingepast in het systeem zonder dat er energie verloren gaat.' Ook op langere termijn voorziet zij niet direct problemen. 'Zelfs bij een verdere doorgroei van windenergie na 2020 zou een opslagsysteem niet binnen afzienbare termijn noodzakelijk zijn', stelt van der Hoeven. Bij de studies is gekeken naar verschillende technieken voor energieopslag: samengeperste lucht, een pompaccumulatiecentrale op een 'energie-eiland' voor de kust, een ondergronds waterreservoir in Limburg en een tweede stroomkabel naar Noorwegen om de daar aanwezige opslagcapaciteit te benutten. Uit de studies blijkt grootschalige energieopslag bij de huidige stand van de techniek ook niet goed te zijn voor het milieu. Het milieurendement is negatief omdat met opslagsystemen relatief milieuvriendelijke gasgestookte centrales (pieklast) kunnen worden vervangen door milieuonvriendelijke kolengestookte centrales (basislast). 'Grootschalige opslag leidt in dat geval tot een hogere CO2-uitstoot', concludeert Van der Hoeven. Met een energieopslagsysteem kan wel snel een aanzienlijke besparing op de brandstofkosten worden gerealiseerd bij traditionele elektriciteitscentrales. Dat brengt de minister van Economische Zaken op de gedachte dat 'mogelijk uit privaat perspectief' een investering in een energieopslagsysteem rendabel kan zijn. Of dat werkelijk zo is, moet verder onderzoek uitwijzen. Een belangrijke factor daarbij zijn de toekomstige kosten van CO2-rechten. Daarvoor moet eerst het nieuwe klimaatbeleid van de Europese Unie worden vastgesteld. Van der Hoeven doet al wel de toezegging dat zij marktpartijen wil 'assisteren bij het ontwikkelen van een winstgevende business case'. Bert van Kalles Den Haag Bron: Het Financieele Dagblad |