|
Bissems Hofstede dateert van 1870, haar acht leilinden met indrukwekkende knoesten zijn net zo oud. Ot en Sien konden hier in Marle zijn opgegroeid. Dit beeld krijgt wellicht een nieuw decor van windturbines.
Het Enschedese bedrijf Raedthuys Windenergie lobbyt al zo'n anderhalf jaar voor bouw van een windmolenpark met zes 150 meter hoge turbines, inclusief de wieken. De gemeente Olst-Wijhe laat een student planologie als eindscriptie een beleidsstuk schrijven over alternatieve energie. Er is veel verzet in het dorp, waar het comité Eén Marler Molen er naar streeft dat het bij die ene blijft. Buurgemeente Heerde (vier molens staan naast de gemeente- en provinciegrens) heeft zich fel tegen het plan verklaard.
Inmiddels is bekend gemaakt dat Raedthuys ook bij de Deventer buurtschap Okkenbroek een gelijksoortig molenpark wil bouwen. ,,Geen vervanging van het plan in Marle'', verklaart Harold Weerkamp van de molenbouwer. De rijksoverheid wil zoveel windenergie ontwikkelen, dat beide projecten uitvoerbaar zijn.
Een rit vanaf Veessen leert dat de Marler molens uit een vlak land oprijzen; als ze er komen. Om een volledige indruk te krijgen van de landschapsontwikkeling is het wel nodig Marle te passeren. De eerste staat op zeshonderd meter ten noordwesten van molen De Vlijt, de laatste twee kilometer noordelijker. Daar steken de pijpen van de Zwolse electricieitscentrale uit de horizon.
,,Ik heb geen idee hoe hoog die pijpen zijn'', zegt Gert-Karel Bruggert, die zijn land beschikbaar stelt voor die noordelijkste molen. Aan vergelijking heeft hij geen behoefte want zijn standpunt is duidelijk: ,,Duurzame energie is een ontwikkeling die je niet tegen houdt. De grondstoffen raken op en je moet een alternatief hebben voordat het zo ver is.''
Door niet meteen de klimaatdiscussie aan de orde te stellen onderscheidt deze middelgrote boer met negentig melkkoeien zich. Dat de voorraden brand- en grondstoffen zorgwekkend slinken is een minder omstreden gegeven.
Toen Raedthuys hem benaderde, ging hij verkennen en zag hoe in Flevoland de koeien naast de turbinemasten staan te grazen. Hij was gevoelig voor het argument dat het in Nederland moeilijk is geschikte plekken te vinden, met veel wind en voldoende onbewoonde ruimte om een windpark met zes molens te bouwen. Ze moeten voor een regelmatig beeld ook nog op gelijke afstanden van elkaar staan. De landmeters vonden zes plekken op vier- tot achthonderd meter van de dijk.
Bruggert is de vijfde generatie met die naam die de Bissems Hofstede bewoont. Die werd gebouwd aan een stal die inmiddels twee eeuwen oud is. Rond het erf de onmisbare nieuwere stallen. Vanuit de woonkeuken zie je daar weinig van, ook omdat de leilinden alle aandacht opeisen. De grootste leiboom uit een tuincentrum is een kasplantje in vergelijking met deze knoesten uit de tijd van Multatuli. Elk jaar knipt en zaagt de eigenaar minstens een dag om ze in conditie te houden en één exemplaar ondersteunt een schommel voor zijn drie kinderen.
Zijn molen komt verderop te staan, op ruim een halve kilometer. Het lijdt geen twijfel dat die met zijn hoogte van 150 meter op en buiten het erf te zien zal zijn, dat die bezien vanaf de dijk hoger zal zijn dan de leilinden.
Vanuit Wijhe gezien zullen de turbines De Vlijt degraderen tot een speelgoedmolen, maar Bruggert kiest een ander standpunt: ,,Als je op de dijk door Marle rijdt, zal molen de Vlijt het gezicht blijven bepalen van de gebouwen gelegen aan de dijk. De windturbines staan verder weg.''
Bron: De Stentor |